Het idee van een gezamenlijke competitie tussen Belgische en Nederlandse clubs is opnieuw opgedoken. Jaren geleden verdween de zogenaamde BeNeLiga in de koelkast, maar volgens verschillende clubbestuurders is het dossier vandaag relevanter dan ooit.
Club Brugge behoort tot de grootste voorstanders van zo'n grensoverschrijdende competitie. CEO Bob Madou ziet daarin een belangrijke oplossing voor een probleem waar steeds meer clubs mee kampen: het verschil in inkomsten met de Europese topcompetities wordt elk jaar groter.
Volgens Madou zijn grensoverschrijdende competities één van de weinige manieren om in de toekomst nog aanzienlijk meer inkomsten uit televisierechten en mediarechten te halen. Hij wijst erop dat ook andere landen soortgelijke modellen onderzoeken. Daarbij denkt hij zowel aan een volledige gezamenlijke competitie als aan een systeem met grensoverschrijdende play-offs.
Ook KRC Genk staat open voor dat idee. Voorzitter Peter Croonen benadrukt dat een BeNeLiga meteen een veel grotere markt zou aanspreken. België en Nederland samen vertegenwoordigen ongeveer 30 miljoen inwoners, wat volgens hem commerciële mogelijkheden creëert die vandaag niet bestaan.
Croonen ziet bovendien ruimte voor verschillende formules, waarbij nationale competities deels behouden blijven en later worden aangevuld met gezamenlijke play-offs. Volgens hem wordt Europees clubvoetbal steeds belangrijker en moeten Belgische clubs mee evolueren om competitief te blijven.
Het debat rond een BeNeLiga lijkt daarmee opnieuw geopend. Of het plan deze keer meer kans maakt dan in het verleden, zal de komende jaren moeten blijken.